Hoofdstuk 1- Inleiding
De taal van onze omgeving wordt steeds minder gehoord. In het noorden, oosten en zuiden van Nederland wordt ook nog "op het schoolplein" dialect gesproken. Maar zeker in deze streken is het ongepast om dialect te spreken. Velen praten Nederlands als kenmerk van beschaving, om een bepaald kennisniveau aan te geven. Dialect wordt afgeschilderd als "plat" praten.
Toch wordt het dialect hiermee onrecht aangedaan. Het is een eeuwenoude "taal" die zich ontwikkelde. En die ontwikkeling hebben onze voorouders tot stand gebracht. Onbewust, maar het is een stukje van hun erfenis.Natuurlijk het is belangrijk dat je goed Nederlands (dat in feite gevormd is uit de dialecten) kunt spreken en schrijven. Voor je baan is dat onontbeerlijk en ook voor gesprekken met mensen uit andere delen van ons land is het wel zo fatsoenlijk om verstaanbaar te zijn.
In dit boekje heb ik (geboren in 1966, opgegroeid op De Haar in Scherpenzeel) geprobeerd om de taal uit mijn omgeving vast te leggen in een aantal regeltjes. Alle (eigen)aardigheden die mij te binnen schoten heb ik op papier gezet. Maar over welke taal heb ik het dan? Het is de taal die ik thuis spreek. Een taal met allerlei invloeden van het Nederlands en van dialecten uit de buurt. Toch noem ik dit Scherpenzeels, hoewel ik me voor kan stellen dat velen het niet eens zijn met sommige woorden die ik opgeschreven heb. Zo ken ik het woord "fluit" wel, maar "fluut" niet. Het is best mogelijk dat er mensen zijn die "fluut" wel kennen, maar dat zal van persoon tot persoon verschillen. Dat geldt ook voor de uitspraak van "sch". Ik heb dat nooit als "sj" gehoord, hoewel sommigen zeggen dat die in Scherpenzeel zo uitgesproken zou worden. (Meer dan 3000 jaar geleden kon zo'n verschilletje je het leven kosten, zie Richteren 12:1-6) Ik raad de lezer dan ook aan om die woorden of uitspraak waarmee hij of zij het niet eens is in dit boekje erbij te schrijven.
De lijn Amersfoort-Rhenen is een belangrijke scheidslijn tussen twee grote dialectgroepen. De Hollandse dialecten en de Oostelijke dialecten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het Scherpenzeels door beide beïnvloed is. Zo komen we bijvoorbeeld de Utrechtse à-klank tegen en de oostelijke "uu" i.p.v. "ui". We zien ook dat streektalen lokaal nog veel verschil vertonen, afhankelijk van de spreker. Het boek "Het verhaal van een taal" van J. de Vries e.a. is interessant voor mensen die meer over de ontwikkeling van het standaard-Nederlands en de dialecten willen lezen.
Wat is het doel van dit boekje? Niet om iedereen in Scherpenzeel dialect te laten praten of schrijven. Wel om begrip voor de streektaal te vragen. En misschien wel om het een beetje te leren of eenvoudigweg wat door te bladeren. Het moet vooral een boekje zijn, met een glimlach van herkenning.
In elk hoofdstuk wordt een bepaalde klank met een bepaalde schrijfwijze behandeld. Die schrijfwijze is misschien wat apart, maar ik hoop dat de uitspraak zo wat beter tot zijn recht komt. In elk hoofdstuk staan ook voorbeelden om uit te spreken. Doe dit hardop en u zult zien dat het niet moeilijk is.
Over de schrijfwijze nog het volgende. Dit boek is geen wetenschappelijk werk. Het doel van de gekozen schrijfwijze is "zuivere" uitspraak. Hierbij wordt gebruik gemaakt van dakjes (^, accent circonflexe) en apostrofes ('). In het Nederlands klinkt de "ee" in "meer" anders dan in "meel". In het Scherpenzeels hebben "meer" en "mîl" wel dezelfde klank. In eerste instantie vond ik het beter ook "mîr" te schrijven, maar mensen die dat lazen, konden dat toch niet goed thuisbrengen. Omdat dit niet tot misverstanden ten aanzien van de uitspraak kon leiden, wordt hier dus de Nederlandse spelling aangehouden. Verder heb ik geprobeerd die Nederlandse spelling zoveel mogelijk te handhaven, maar soms was een andere schrijfwijze in verband met de uitspraak onvermijdelijk. Zie ook hoofdstuk 20.
Het voorlaatste hoofdstuk bevat wat bijzondere uitdrukkingen. Er bestaan er vast veel meer. Dus als de lezer er meer weet, laat ze niet verloren gaan, maar schrijf ze er dan bij.
Aan het eind staat een bijlage met teksten in het Scherpenzeels. Het is aardig deze hardop te lezen, waardoor ze volgens mij eenvoudiger te begrijpen zijn.
J. Dorrestijn
december 1998


